Vaccineren en titeren bij de hond

Zoals al aangegeven op de website is het vaccinatiebeleid bij gezelschapsdieren uitgebreid onder de loep genomen door de WSAVA (World small animal veterinary association). In Nederland is onder leiding van veterinair viroloog dhr. Egberink een consensus over dit onderwerp geschreven. Vanzelfsprekend willen wij het beste voor uw kat en zullen wij dit vaccinatiebeleid implementeren.

Basis en aanvullende vaccinaties

Vaccinaties worden onderverdeeld in basis en aanvullende vaccinaties. Basis vaccinaties zijn vaccinaties die aan alle gezelschapsdieren, ongeacht woonplaats en leefomstandigheden, worden geadviseerd. De aanvullende vaccinaties worden alleen onder bepaalde omstandigheden geadviseerd.

De basisvaccinaties bij de hond zijn entingen tegen het distempervirus (oftewel hondenziekte), adenovirus (oftewel hepatitis) en parvovirus. Afhankelijk van de leefomstandigheden worden er in Nederland nog twee aanvullende entingen geadviseerd. Dit zijn entingen tegen leptospirose (oftewel de ziekte van Weil) en tegen kennelhoest (welke bordetella en parainfluenza bevat).

Wanneer vaccineren?

Tegenwoordig wordt er gestreefd naar vaccinatie op maat. Dit houdt in dat we per dier zullen bekijken of vaccinatie jaarlijks nodig is en tegen welke ziektes we het dier moeten beschermen. Dit is dus een individueel advies.

Bij zowel honden als katten zijn de puppy/kitten entingen zeer belangrijk om een goede bescherming tegen de ziektes op te bouwen. Bij beide diersoorten wordt geadviseerd om de entingen te herhalen op een leeftijd van 6-12 maanden oud. Het vervolgschema kan wel per dier verschillen, afhankelijk van het risico om de ziektes te krijgen (de infectiedruk). Volwassen honden worden standaard elke drie jaar geënt met de basisvaccinaties. Echter wordt het in Nederland zeer geadviseerd jaarlijks te enten tegen de ziekte van Weil en kennelhoest. Dit zijn beiden aanvullende vaccinaties.

Puppy’s moeten meer frequent worden geënt dan volwassen dieren. Dit heeft te maken met het opbouwen van voldoende bescherming tegen deze ziektes. Pups krijgen normaliter al wat beschermingsstoffen (= antilichamen) van het moederdier (onder andere via de moedermelk). De mate waarin deze jonge diertjes beschermd zijn hangt dus ook af van de hoeveelheid moedermelk die gedronken wordt (hoe beter ze hebben gedronken, hoe meer antilichamen er aanwezig zijn) en de vaccinatiestatus van het moederdier. De beschermingsstoffen die pups van hun moeder krijgen worden maternale antilichamen genoemd.

Wat doet een vaccinatie?

Door vaccinatie wordt het lichaam getriggerd om lichaamseigen antilichamen (=bescherming) tegen die ziektes aan te maken. Maternale antilichamen interfereren met onze vaccinaties. Dat betekent dat als een jong dier veel maternale antilichamen heeft, dat het lichaam zelf minder/geen antilichamen zal aanmaken na vaccinatie. De consequentie is dat de vaccinatie in dat diertje niet zal aanslaan.
Door jonge dieren frequenter te enten, is de kans groter dat ze op een moment worden geënt dat de enting ook daadwerkelijk aan zal slaan. Er zal altijd een moment zijn in het leven van een pup dat ze vaatbaarder zijn voor ziekte. Dit is het moment dat de maternale bescherming afneemt en de lichaamseigen bescherming (verkregen door onder andere vaccinatie) nog moet aanslaan.

Per individu is het lastig het perfecte ent-moment te bepalen. Gelukkig zijn er ent schema’s bedacht die de meeste pups voldoende zullen beschermen. Helaas is de kans op het aanslaan van de pup vaccinaties nooit 100% en dit is de reden dat de herhaal enting op een leeftijd van 6-12 maanden erg belangrijk is!

Pups worden in Nederland standaard drie keer geënt: op een leeftijd van 6, 9 en 12 weken leeftijd. Ook bij pups wordt erover gesproken om een vierde enting, op een leeftijd van 16 weken, in te voeren. De redenatie hierachter is hetzelfde als bij kittens. Wij zullen dit nog niet standaard doen bij pups, alleen als het in een individuele situatie nodig blijkt te zijn.
Echter komen pups wel op een relatief vroege leeftijd buiten. Het is dan ook hartstikke belangrijk dat juist pups voldoende bescherming hebben opgebouwd! Om dit te bereiken zijn vaccinaties onmisbaar.

Wat is een titerbepaling?

Tegenwoordig wordt er veel gesproken over het titeren van honden. Titeren houdt in dat de mate van bescherming (de antilichamen) wordt gemeten in het bloed van het individuele dier. Bij honden is het alleen mogelijk dit te meten voor het distemper, adeno en parvovirus. Dit zijn gelukkig wel de virussen waar wij in Nederland (en de rest van wereld) goed tegen enten. Echter kan er bij het titeren geen onderscheid worden gemaakt tussen de maternale en de verkregen antilichamen (door vaccinatie dus). Titeren is dus geen vervanging voor de puppy entingen, maar het is wel een goede manier om te checken of een pup zelf een goede bescherming opbouwt na vaccinatie.

In theorie zou het titeren bij pups wel ingezet kunnen worden om een perfect ent-moment te vinden, maar omdat dat inhoudt dat er vaak bloed geprikt moet worden bij deze jonge diertjes is dat om andere redenen niet aan te bevelen.

Wanneer titeren?

Mocht u interesse hebben in titeren, dan is het te adviseren om dit ten minste 2 weken na de puppy entingen te doen. Wij zullen vanaf heden standaard een titer test doen op 6 maanden leeftijd tijdens het puberconsult van uw hond. Als we dan merken dat uw hond nog onvoldoende beschermd is tegen 1 van deze ziekten, dan zal er nog een vaccinatie nodig zijn om dit te corrigeren.

Ook in volwassen honden is titeren een goede manier om de mate van bescherming tegen deze ziektes te bepalen. Het is wel goed om te beseffen dat het meten van een voldoende hoge titer (dat houdt in dat uw hond dan voldoende is beschermd) een momentopname is.
Bij volwassen honden kan titeren wel een vervanging zijn voor de basisvaccinaties. Let op dat de aanvullende vaccinaties wel (jaarlijks) geadviseerd blijven. Als blijkt dat uw hond in het bloed een goede bescherming heeft opgebouwd tegen de basisziektes, dan is de volgende controle na 3 jaar (bij gezonde, volwassen honden (tussen de 2 en 10jr leeftijd) waarbij de basisvaccinatie <3 jaar geleden is gegeven) of na 1 jaar (bij de overige honden) te verantwoorden.

Let op dat we in Nederland ook honden en katten vaccineren tegen hondsdolheid (= rabies). Hondsdolheid komt echter niet endemisch in Nederland voor. Het is dus niet nodig deze enting te geven aan dieren die alleen in Nederland verblijven. Mocht u uw dier de grens over (willen) nemen dan is deze enting verplicht!