Wat is suikerziekte?

Bij suikerziekte, oftewel diabetes mellitus, kan het lichaam van uw kat niet of niet voldoende van het hormoon insuline aanmaken waardoor het niet in staat is om suiker (ook wel glucose genoemd) op te nemen uit het bloed. Als gevolg hiervan blijft het bloedsuikergehalte te hoog en zal uw kat de suiker uitplassen in zijn urine.

Wat is de oorzaak van suikerziekte?

Suikerziekte bij de kat vertoont grote gelijkenis met het ontstaan van ouderdoms-diabetes bij de mens. Factoren zoals weinig beweging en overgewicht bevorderen ook bij katten de kans op suikerziekte. Andere oorzaken zijn: bijwerkingen van bepaalde medicijnen (prednison, dexamethason en de poezenpil), een overmaat aan het groeihormoon, ziekte van Cushing (zeldzaam bij de kat!) en problemen met de alvleesklier.

De katten die suikerziekte krijgen zijn meestal ouder dan 7 jaar. 75% van de katten is tussen de 8 en 13 jaar. Ook komt het vaker voor bij katers dan bij poezen.

Wat zijn de verschijnselen van suikerziekte?

Doordat uw kat veel suiker en veel vocht gaat uitplassen, zal hij ook meer gaan drinken. En omdat glucose ook een belangrijke brandstof is en de kat die dus ook verliest in de urine, zal uw kat meer gaan eten maar toch ook afvallen. Als uw kat niet behandeld wordt, kan de kat uiteindelijk heel ernstig ziek gaan worden!

De belangrijkste symptomen zijn dus:

  • veel drinken en veel plassen
  • verhoogde eetlust
  • afvallen
  • algehele malaise & braken (in later stadium)

Hoe stellen we de diagnose suikerziekte?

De diagnose suikerziekte kan gesteld worden wanneer bij uw kat die de verschijnselen heeft van suikerziekte een te hoog suiker (glucose) gehalte in het bloed wordt aangetoond. Dit kan echter ook door stress komen, dus het liefst meten we het glucosegehalte meerdere malen.

Mocht het suikergehalte inderdaad te hoog zijn, dan testen we ook de fructosamines in het bloed, deze waarde zegt iets over het suikergehalte in het bloed van de afgelopen 3 weken.

Wij zullen altijd een algeheel uitgebreid bloedonderzoek & urineonderzoek adviseren om uit te sluiten dat er geen andere ziektes aanwezig zijn. Zeker is het belangrijk om ook te weten of de alvleesklier normaal functioneert.

De behandeling van suikerziekte

  1. Insuline preparaat: ProZinc® en Caninsulin®
    Uw kat heeft een tekort aan insuline. Dit hormoon is zelf goed te dienen via injecties onder de huid van uw kat. Deze injecties moeten 2 x daags gegeven worden, elke dag! Als de diagnose is gesteld maken wij met u en uw kat een afspraak voor een “prikles” om samen te oefenen om de insuline te injecteren en om de behandeling in uw situatie uitgebreid te bespreken. Het is altijd belangrijk dat uw kat eerst eet en dan pas de injectie met insuline krijgt.
  2. Voeding
    Naast de behandeling met insuline, is het belangrijk dat uw kat zo min mogelijk koolhydraten Ook is het heel belangrijk dat de voersamenstelling, de hoeveelheid en voedertijden constant zijn. Wij adviseren het geven van Hills m/d. Als uw kat gedurende de dag kleine beetjes eet dan is dit een prima manier van voeren. Als uw kat echter alles in 1 keer opeet dan zullen we hem 4 x per dag porties moeten gaan aanbieden; net voor de insuline injecties en 4 uur later nogmaals.
  3. Gewicht
    Overgewicht is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van suikerziekte, daarom is het heel belangrijk dat katten die te zwaar zijn op dieet gaan. We kunnen uw kat begeleiden met afvallen!
  4. Bloeddruk
    Het blijkt dat 50% van de katten met suikerziekte ook een te hoge bloeddruk. Daarom willen we graag de bloeddruk meten als het bekend is dat uw kat suikerziekte heeft. Deze bloeddrukmeting is geheel pijnloos voor uw kat. Een te hoge bloeddruk kan veel nadelige effecten hebben op het lichaam, waaronder op de nieren, hersenen en ogen.

Hoe zit het met de nacontroles?

We streven er naar om zo snel mogelijk de klachten van veel drinken, veel plassen en vermageren te verhelpen. Hiervoor moeten we de juiste dosering insuline zien te vinden en dat doen we door regelmatige controles in het bloed. Is de juiste hoeveelheid insuline eenmaal ingesteld en uw kat voelt zich prettig (minder drinken/plassen en niet meer afvallen), dan zal de frequentie van controles naar beneden gebracht kunnen worden.

In de eerste periode zijn regelmatig (meestal 1 x per week) controles van de bloedsuikerspiegel nodig om de juiste dosering insuline te bepalen. Regelmatige controle blijft echter wel noodzakelijk, want na verloop van tijd kan de behoefte aan insuline veranderen en kan een aanpassing van de dosering nodig zijn.

Op onze praktijk hebben wij ervaren assistentes die de controles uitvoeren. Wilt u toch graag bij een dierenarts dan horen wij dat graag. We zullen het suikergehalte controleren door een klein prikje in het oor te geven, één klein druppeltje bloed is al voldoende!.

Glucosecontrole thuis

Indien de situatie het toelaat, is regelmatige thuiscontrole (door u zelf of door ons) van de bloedsuikerspiegel een goede, of zelfs betere, manier om te controleren of de juiste hoeveelheid insuline wordt gegeven.

Uw kat ervaart dan minder stress, waardoor wij een betrouwbaardere suikergehalte in het bloed zullen meten. Hiervoor moet u wel leren hoe u een druppeltje bloed uit het oor af kunt nemen bij uw kat. Informeer ons rustig naar de mogelijkheden om zelf de glucosespiegel te controleren, wij leren het u graag.

Pas echter nooit het insulinegehalte aan zonder overleg met uw dierenarts!

Prognose

Als er geen andere onderliggende ziektes aanwezig zijn, is suikerziekte goed te behandelen. Als we op tijd starten dan is er zelfs een mogelijkheid dat uw kat er binnen enkele maanden weer van geneest. De levensverwachting van een goed ingestelde kat met suikerziekte is vergelijkbaar met een kat die geen suikerziekte heeft.

 Belangrijke punten bij de behandeling van suikerziekte:

  1. Hypoglycemie/te laag bloedsuikergehalte

Een te laag bloedsuikergehalte kan ontstaan doordat uw kat te weinig voedsel heeft binnen gekregen (braken/diarree) of juist meer activiteit heeft gehad. Ook kan het zijn dat de alvleesklier weer zelf insuline gaat maken. Fouten bij het toedienen van de insuline kunnen helaas ook gebeuren.

Een te laag suikergehalte heeft als gevolg dat de hersenen te weinig suiker krijgen en dit kan echt levensbedreigend zijn. Het ontstaat meestal 2-4 uur na de insuline gift. U kunt dan de volgende verschijnselen waarnemen bij uw kat:

  • honger op onverwachte momenten
  • onrustig of juist sloom
  • rillen en trillen
  • diepe slaap
  • vreemde bewegingen

Wat moet u doen bij deze verschijnselen?

  • Geef direct een maaltijd, of als hij/zij niet wilt eten > doe wat druivensuiker (1 gram per kg lichaamsgewicht van uw kat, dus bv een kat van 5 kg > 5 gram druivensuiker) in het bekje op het mondslijmvlies of maak er met water een papje en geef dat voorzichtig aan uw kat
  • Als uw kat niet opknapt > bel ons meteen om te overleggen.
  • Als uw kat wel opknapt > biedt hem/haar nogmaals een maaltijd aan, het liefst elke 2 uur tot minimaal 12 uur na de insuline injectie
  • Bel met ons om te overleggen over het vervolg! Wij zullen advies geven over de juiste hoeveelheid insuline!
  1. Niet te reguleren

Bij sommige poezen kan het zijn dat we na het starten van de insuline injecties erachter komen dat het suikergehalte in het bloed helemaal niet gaat dalen, dit wordt ook wel “resistentie ”genoemd. Vaak is er een oorzaak voor de resistentie: een blaasontsteking, een ontsteking aan het gebit, een te snel werkende schildklier of mogelijk de ziekte van Cushing of acromegalie (de laatste twee zijn allebei zeldzaam!).

  1. Verzuring

Als uw kat te lang niet behandeld wordt voor suikerziekte, is er een kans dat het bloed van uw kat gaat verzuren. Dit wordt ook wel “ketoacidose” genoemd. Uw kat is hier heel erg ziek van: slap, sloom, niet eten, braken etc. Het is van belang om dan zo snel mogelijk bij ons langs te komen zodat wij uw kat (vaak intensief) kunnen gaan behandelen.

  1. Regelmaat in beweging & voeding
  2. Het flesje insuline moet rechtop in de koelkast bewaard worden
  3. Voor het eerste gebruik moet het flesje insuline krachtig worden geschud tot een melkachtige homogene oplossing ontstaat
  4. Voor het opzuigen van elke volgende injectie moet het flesje gezwenkt worden totdat weer een homogene oplossing is ontstaan

Mocht u nog vragen hebben neem dan contact met ons op!